6 | 21

zelfbewust.

stijg ik boven mezelf uit, zweef ik net boven het oppervlak. kijk ik neer op mijzelf en ben ik me van alles bewust. pas ik plots niet meer in mijzelf. vervreemd van wat vertrouwd was.

4 | 21

zenuwachtig pulk ik aan het elastiekje om mijn pols. het veert terug en ik wil ook terugveren.
wil graag weer weerkrachtig zijn zodat de woorden niet bij mij komen. ze zijn niet welkom hier.
want lachen dat lukt nog wel maar weglachen niet meer. de woorden tellen zich op aan de twijfels.
en de twijfels zijn er al zo veel. ze struikelen over elkaar. weten geen weg meer te vinden.
praten is goed en ik pulk aan het elastiekje. vandaag even niet, zodat de twijfels weer een uitgang vinden.

3 | 21

niet mee eens. niet mee oneens.

want de angst en ik zijn nu buren. ze kwam om de hoek kijken, steeds vaker. maakte zich een bekende en hing haar posters aan de muur.

nu voel ik haar aanwezigheid. ben ik niet meer alleen en zie het licht van onder de deur branden. ik hoor haar muziek spelen en de piepjes van de wasmachine.

soms zwaait ze door de ramen. dan zwaai ik terug, lachen we naar elkaar, gaan we verder met ons dag. soms voelt ze zo ver uit de buurt.

maar soms wilt ze niet gaan. nodigt ze zichzelf uit voor de koffie, vraagt me wat mijn plannen zijn. en ik wil niet met de angst praten want ze heeft nooit een antwoord.

maar de angst en ik zijn nu buren, dus ik leer met haar leven, begin langzaam weer met ademhalen. ik leer de geluiden, de piepjes, de ritseling in het donker.

we leren leven met elkaar.

2 | 21

de plek in het midden van de stoel is verder versleten. het grijze velour voelt zacht als ik er met mijn hand overheen glijd. als ze vraagt hoe het is kijk ik naar de uitgevaagde letters op het whiteboard.

want goed past niet meer bij me. en prima staat me nog wel maar ook zij is soms te veel gevraagd. dan blijft er weinig over om te verhullen en wil de angst niet meer overwaaien.

1 | 21

de ene dag ben ik haar wel, is ze weer thuis. warmt ze haar voeten aan de verwarming en lach ik zo luid en mag iedereen dat horen. lijk ik wel te zweven, omdat alles toch wel goed komt, en anders zou het ook niet uitmaken, dan was ik altijd mezelf nog.

de andere dag ben ik haar niet, is ze weer zoek geraakt. met de dekens over haar oren omdat ze het geluid niet kan verdragen. lijk ik niks meer te weten, wil de mist niet optrekken, tast ik in het donker, maar vind haar niet.

en voor nu laat ik los.

en voor nu laat ik los. ik droeg je bij me in de twijfels, soms tot laat in de nacht. maar nu ben ik ze kwijtgeraakt, weet ik waar ik sta. waar ik voor mezelf kies. want wachten tot jij voor mij koos leverde niets op. ik hoopte je te herkennen bij de metro halte, bleef zitten tot de eindhalte. liet mijzelf zachtjes heen en weer wiegen door de wagon. mijn hoofd tegen het koude raam en de buitenwijken die aan me voorbij vlogen.
ik wilde ook voorbij vliegen. ik wilde alles voorbij laten vliegen maar elke keer als ik mijn ogen sloot zag ik weer de plek waar ik veilig was. de muziek van mijn koptelefoon stond zo luid dat ik mezelf niet kon horen denken. want het was niet mijn schuld. het was niet mijn schuld.

en voor nu laat ik los. draag ik de twijfels niet langer bij me. ik reik niet meer, ik zoek niet meer. jouw hand past niet langer in de mijne. mijn voetstappen echoën niet meer. de leegte heeft een gedaante aangenomen. dit is mijn weg en ik wil niet meer afwijken. ik wil niet meer afwijken en ik wil zeker niet terug.