verlies / vinden

Ik was achttien toen ik verliefd op je werd. Het gebeurde zo snel. Eenmaal begonnen kon ik niet meer terug. Ik gaf mijn hart aan jou en je ving me op. We vonden elkaar in het donkerste van de nacht en liepen door het licht heen. Samen.

In ons hart waren we altijd samen. Ik was de stilte en jij de storm. Ik schreef je brieven. Om voor altijd te bewaren, en voor altijd bewaren zal ik. Als ik ze lees ga ik terug in de tijd. In de tijd dat ik verliefd op je werd en mezelf weer aan jou verlies.

Als ik de brieven dichtvouw ben ik weer terug. Terug bij mijzelf, terug bij de stilte.

In de stilte hoor ik mijzelf.
In de stilte ben ik weer thuis.
In de stilte vind ik mijzelf terug.

dichtbij.

terwijl het lijkt alsof alles veranderd buiten je macht om, voelen we ons klein. kleiner dan de oncontroleerbare snelheid waarin het leven doorgaat. maar als je dichtbij kijkt blijven sommige waarden onveranderd. zijn de dorpen nog dorpen en de stad ongrijpbaar magisch. de onschuld blijft hangen en de rem blijft los. blijkt de witte wijn nog koud te zijn en de avonden warm. als je dichtbij zoekt blijven dingen comfortabel onveranderd.