10

We praatte tot het weer licht werd, ze was prachtig. Het lukt mij niet om mijn gedachten te verzetten en ik blijf verloren in mijn herinneringen. Daar zie ik haar weer en zijn de weken nog niet voorbij. Het lijkt zo helder maar het is zo ver weg – ik reik maar ik voel haar handen niet.

Ik weet niet meer hoe proberen werkt – je moet tot 10 tellen om opnieuw op te starten. Maar ook na tien kan ik nog niet slapen, – blijf ik achter met de woorden. Ik houd vol, maar ik weet niet voor wie.

.. 8, 9, 10.
probeer het later nog een keer.

13/10/2020

ik pulkte aan het hoekje van de sticker op het zwarte bureaublad. het was net te koud om een t-shirt te dragen. ik schreef in mijn notities dat ik bang was om naast mijn schoenen te gaan lopen. dat was 113 dagen geleden en ik blijk soms gelijk te hebben. de sticker laat plakresten achter en ik ben buiten mijn schoenen gaan lopen.

terug

wat als we nog één keer terug gaan? dan doen we weer net alsof we niet wisten dat we breekbaar waren.

denken we niet na over de woorden die we zeggen en vertel ik je nog een keer mijn geheimen. je zegt me dat het goed komt en voel me veilig. mijn arm in jouw arm verstrengeld. we lopen samen tot we vergeten zijn waarvan we wegliepen. ik luister naar je verhalen. de zon zakte zo langzaam. we dachten dat we onsterfelijk waren. we lachen.

wat als we nog één keer terug gaan? dan zeg je dat het goed komt en dan geloof ik je.

ze.

Ik vind de liefde zo mooi, maar ze past momenteel niet bij me.

De liefde staat in de gang te wachten met haar schoenen aan, de sleutels hoor ik vanaf hier rinkelen. Ik zeg dat ik bijna klaar ben maar liegen staat niet in mijn top 3 competenties. Mijn haar druppelt nog, de grijze laminaatvloer wordt glad maar ik ben niet bang om te vallen. Want zolang ik hier blijf maakt het niet uit, mag ik vallen en zachtjes op mijn blauwe plekken duwen om iets te voelen. Hier mag ik diagonaal in mijn grote bed liggen terwijl ik luister hoe ze met haar sleutels rinkelt en weer gaat zitten wachten op het krukje naast de voordeur.

Op de deurmat staat ‘welkom’, we veranderen allemaal wel eens van gedachten.

zomermaanden.

de foto’s van de zon die ondergaat in de bomenrij van het park naast mijn huis. de dagen waarvan we wilde dat ze eindeloos waren. de luide nachten en de stille ochtenden. de deur uit gaan, weer thuiskomen, gaan, weer je weg terug vinden. het voorjaar in quarantaine. het inslaan van bierkratten omdat we toch nergens heen kunnen. het leren waarderen van de muren om je heen. door de stad wandelen en de tijd nemen. tijd hebben. langzaam weer naar buiten gaan. weer opstarten. afscheid nemen van de vorige tijd. leren verder te gaan en verder te durven kijken. stappen zetten. terugkijken en niet jezelf daarin verliezen, maar glimlachen.