– ik weet het ook niet meer

Ik ben gestopt met schrijven want ik weet het niet meer. Op de terugweg sla ik te vroeg linksaf en sta stil met mijn fiets bij het water. Ik mis iets of iemand en ik weet niet waarom. Het verlangen naar een plek die niets meer zou moeten betekenen. Ik vraag me af waarom ik hier steeds terug kom terwijl ik weet dat er niks te vinden is. De schermer tussen de bomen door en de avond nog zo lang licht. Ik sta stil (bij het water) en ik weet het ook niet meer. 

leegte

het maakt niet uit hoe vaak ik langs het bankje loop – hij is altijd leeg. ik weet nog precies hoe het eruit zag, maar het maakt niet uit hoevaak ik je daar nog zie zitten. de leegte wint van mijn herinneringen. ik weet nog wat je tegen me zei waardoor ik dacht dat je er terug zou komen.

thuis

het is juni en de zon draait eindelijk over het huis heen. zet de deur op de klink, probeer weer diep adem te halen. zo vaak willen gaan en elke dag weer thuis komen. naar de sterren kijken en weten dat je nooit alleen bent. laten we naar buiten gaan. de warmte. de aanraking. de mogelijkheid. kijk naar de bomenrij tot je hem kan dromen en durf dan ook weer te dromen.

door heen.

– er door heen zitten en door bijten. de binnenkant van je wang voor de vijftiende dag op rij kapot kauwen. je afvragen hoe het voelde toen het geen pijn deed. er door heen zitten en blijven zitten.
vinden dat dit het lastigste is dat je ooit zal moeten doen.


maandagochtend

de koffiemok vloog met een knal tegen de ijzeren container aan. het witte aardewerk spatte uiteen op de grond. we wilde dingen breken en het voelde goed. we staarde naar de oranje container. een gevuld bierflesje in de ene hand, de wanhoop in de andere. we wilde groter zijn, sterker zijn. voor een moment hadden wij de controle. bepaalde wij wat we wel en niet mochten doen. op de binnenplaats konden we ongestoord de regels breken.

steeds vaker greep ik mis als ik koffie maakte in de ochtend. de winkels dicht, alle kopjes kapotgesmeten en iedere ochtend weer een uitdaging.

– a u b

ik ben niet alleen hier – hoef niet alleen te zijn. want sommigen zijn wat anders, net niet binnen de lijntjes, wachten liever tot de volgende trein komt. nemen meer tijd, wachten tot de zon laag staat, maken ruimte voor de anderen.

ik ben niet hier – hoef niet altijd aanwezig te zijn. soms mag ik wachten op de stoeprand, wil dat iemand mij ophaalt, kan de kleuren niet herkennen, soms verdwaald op plekken die vertrouwd moesten voelen.

ik ben niet alleen – hoef niet alles zelf te dragen. neem ook een hengsel, vouw je zorgen tot een vliegtuig, de volgende halte voelt als thuis, de klok haalt zichzelf weer in.

ik ben niet alleen – zeg me, ik ben niet mij (mijn zorgen) – even geduld aub.

liefhebben (verleden tijd)

ik mis de manier waarop je me liefhad. hoe je me vasthield, me aanraakte, me naar je toe trok. hoe je naar me zocht, me wilde vinden, me vroeg om te blijven. ik mis je warmte, de spanning, hoe we elkaar aankeken, niet wegkeken. hoe we samensmolten, de vonken. ik mis vol overgave met elkaar zijn.

ik mis hoe je me liefhad – hoe je me liefhad. ik mis hoe lief je was.