8 | 21

echt weg gaan heb je nooit gedaan. want in mijn hoofd is het nog altijd juni en ben je hier. kan ik nog altijd bij je schuilen. mag ik nog altijd schreeuwen. zijn de dagen lang genoeg voor al mijn dromen. zien we een horizon in de verte. is alles precies zoals het hoort te zijn. valt alles nog weg te lachen. zijn we hopeloos verloren maar niet op zoek.

7 | 21

22:23
kom langs
voel je welkom


dus sta ik twijfelend met mijn schoenen bij de deur, draai hem weer in het slot. we zijn vreemden van elkaar en ik blijf het ontkennen. van buiten hoor ik mijn naam. de lantaarns branden fel en ze vragen waar ik blijf. de koude deurklink in mijn hand geklemd. wil ik zo graag weer terug naar normaal. maar normaal was het probleem. ik blijf het ontkennen.

6 | 21

zelfbewust.

stijg ik boven mezelf uit, zweef ik net boven het oppervlak. kijk ik neer op mijzelf en ben ik me van alles bewust. pas ik plots niet meer in mijzelf. vervreemd van wat vertrouwd was.

4 | 21

zenuwachtig pulk ik aan het elastiekje om mijn pols. het veert terug en ik wil ook terugveren.
wil graag weer weerkrachtig zijn zodat de woorden niet bij mij komen. ze zijn niet welkom hier.
want lachen dat lukt nog wel maar weglachen niet meer. de woorden tellen zich op aan de twijfels.
en de twijfels zijn er al zo veel. ze struikelen over elkaar. weten geen weg meer te vinden.
praten is goed en ik pulk aan het elastiekje. vandaag even niet, zodat de twijfels weer een uitgang vinden.

3 | 21

niet mee eens. niet mee oneens.

want de angst en ik zijn nu buren. ze kwam om de hoek kijken, steeds vaker. maakte zich een bekende en hing haar posters aan de muur.

nu voel ik haar aanwezigheid. ben ik niet meer alleen en zie het licht van onder de deur branden. ik hoor haar muziek spelen en de piepjes van de wasmachine.

soms zwaait ze door de ramen. dan zwaai ik terug, lachen we naar elkaar, gaan we verder met ons dag. soms voelt ze zo ver uit de buurt.

maar soms wilt ze niet gaan. nodigt ze zichzelf uit voor de koffie, vraagt me wat mijn plannen zijn. en ik wil niet met de angst praten want ze heeft nooit een antwoord.

maar de angst en ik zijn nu buren, dus ik leer met haar leven, begin langzaam weer met ademhalen. ik leer de geluiden, de piepjes, de ritseling in het donker.

we leren leven met elkaar.