dat wat was.

het is wachten op de storm. een tropische bui boven een verhitte stad. ik beeld mij in dat de terrassen overstromen. zwemmend in dat wat was. geliefd en verloren. ergens wacht een schemering. de dagen zijn zo lang. vul de avonden met regen. ik wil dat de liefde weer komt bovendrijven.

zondag.

de laatste zondag van april. het is helder en ik voel dat het begint. we kijken ons ogen uit. zetten de stoeltjes voor de deur. gaan zonder jas naar buiten. de stad opent zijn ramen. het is fris en het is nieuw. we willen weer lachen. de dagen worden langer. we nemen de ruimte in. vinden elke zonnestraal in de stad. ik voel dat het begint. leven zal een zondag zijn.

00:10

de nacht valt en wij staan op. ga met mij mee. er zal gevierd worden en we zullen stralen. de muziek laat mij teruglachen. het lijkt alsof we drijven. wij, geliefd in het donker. ik, verliefd op de nacht. vertel mij alles. ik wil nooit meer thuiskomen.

not to stay.

I love this place enough to come back but I love myself enough not to stay. You can outgrow places, but I keep outgrowing myself. I keep falling into place, but I want to be out of place, into the unknown. I’m learning how far I can go, how much I have within me. I’m outgrowing the fears that limit me. Somewhere higher, a spot with a view and I will finally find the words for all that has hurt. There is a tide that will change me for the better. A place for me to clear my head.

and I had returned.

I had left and I had returned. it was grey for 8 days in a row. when a clear day arrived I was too drained to leave the house. cheese was expensive. my friends were still busy. I forgot what little moments were. it all felt heavy. I thought there was things I wanted to do. now I wasn’t sure anymore. the world was mundane and I didn’t know how to exist in it.